Nutralife
De voeding voor kinderen - Artikels -

De voeding voor kinderen verdient onze aandacht. Het grootste gevaar voor het kind van vandaag is de verleiding van dikmakers. Om te voorkomen dat ze overgewicht krijgen moet je als ouder het verlangen naar snoep voor zijn. Dit vraagt in de praktijk een bereidheid tot koken met verse ingrediënten.

Wat bij de eeuwwisseling nog een voorspelling was, is intussen een problematische vaststelling geworden. Steeds meer kinderen kampen met overgewicht.

Kinderen hebben een eetgedrag naar het voorbeeld van hun ouders. Dat een kind al zijn eetgewoonten van de ouder zal overnemen maakt van een voorbeeldige opvoeding de beste bron van inspiratie voor later. Daar dient opvoeding voor. Toch? Het is een kwestie van er vroeg genoeg mee te beginnen. Er wordt niet over gepraat, je doet het gewoon.  Sterker nog, wat je zelf hebt ervaren zit in het geheugen verankerd als iets waar je voor altijd op kan terugvallen. Het is zoiets vanzelfsprekends als het beste van jezelf geven bij alles wat je doet.  In de wetenschap dat er geen betere leerschool is dan die waar je al doende leert.

Het belangrijkste wat je je als ouder moet afvragen is welke voedingstoffen zich in een voedingsmiddel verdelen en waarvoor ze dienen. Daarom moet je leren in elke maaltijd de nutriënten te zien.

Kinderen leren door beroep te doen op hun cognitieve capaciteiten

Het belangrijkste dat een kind moet aanleren zijn cognitieve functies. Eén daarvan is misschien nog moeilijker dan al het andere dat er te leren valt. Smaakbeleving. Er valt veel te ontdekken. Het leerproces begint al vijf, zes maanden na de geboorte. Van smaken die ze nooit eerder hebben geproefd moeten ze leren houden. Een baby is net zo min gek op vreemde smaken als op texturen om op te kauwen. Zoet is beslist de smaak waarmee de baby het meest vertrouwd is: elke keer dat de baby honger lijdt is zoete moedermelk de smaak die voldoening brengt, en bij elke huilbui brengt een mama troost met een lepeltje honing op de fopspeen. Daarna wordt de baby een voldaan gevoel gewaar. Als zich daar na vijf, zes maanden nieuwe smaaksensaties bijvoegen is dat niet vanzelfsprekend voor een kind dat geleerd heeft de zoete smaak van voedsel met een tevreden gevoel te associëren. Het bewijst dat smaken niet van bij de geboorte zijn verworven, maar moeten worden bijgebracht. Die in hun geheugen inprenten vergt oefening. Vaak hebben ze de kleuterschool al verlaten voor het aroma van al de gerechten vertrouwd aanvoelt.

Is er iets veranderd in het eetgedrag van de kinderen van nu?

Ik betwijfel het. Een kind kan er niks aan doen. De oorzaak ligt eerder bij massaproductie en klimaat. Je kunt nog zo vaak zeggen dat een kind fruit moet eten. Maar hoe leer je een kind fruit te eten als je zelf de smaak niet lekker vindt? Mijn hele leven lang heb ik fruit van eigen kweek gegeten. We plukten de appels vers van de boom. En uit een bessenhaag die het weiland in twee opdeelde haalden we zoveel bessen als we opkonden. Wat ik toen lekker vond prikkelt nu nog altijd mijn eetlust. Jammer dat we dit aroma niet terugvinden in het door massaproductie opgedreven fruit dat nooit echt de intense smaakbeleving meer heeft van langzaam in volle zon gerijpt biofruit. Het fruit van nu is heel ander fruit. Nooit slaag ik erin een flets smakende appel uit de winkel helemaal op te eten terwijl het mij geen enkele moeite kost een paar van de zongerijpte appels uit mijn tuin achter elkaar naar binnen te werken. De soorten groenten en fruit zijn nog dezelfde. Maar er is iets veranderd aan de smaakbeleving. En toch verwachten we van een kind dat het dit fruit opeet. Behalve dat de vorm verschilt, is een fruitsmaak nog altijd de favoriete smaak van een kind. Die fruitige smaak vindt hij eerder in een snoepje dan in een waterig smakend stuk fruit. Het is een interessant verschijnsel dat de voldoening die kinderen vroeger in een stuk fruit zochten nu in snoep wordt gevonden. Wat heeft een snoepje dat het onweerstaanbaar maakt? Geurstoffen, die aan fruit doen denken. En verleidelijke geuren maken ons buitengewoon blij. Aan geurstoffen geen gebrek in snoep.

Kun je een kind van fruit leren houden? Jazeker. Stel je een heerlijk verfrissende mengeling voor van stukjes appel, banaan en kiwi met als garnering partjes sinaas à vif geschild. Het sinaassap wordt opgevangen om de fruitsla mee te besprenkelen. De fruitsla wordt er een stuk lekkerder door.

Hoe kinderen beschermen tegen de verleiding van genotsmiddelen?

Als iemand me zou vragen naar positieve stimuli om kinderen gezonde eetgewoonten aan te leren dan zou ik antwoorden dat van alle levensstijlen die ik ken een traditionele opvoeding de beste kans op slagen biedt. Het is de levensstijl waarmee ik zelf het meest vertrouwd ben. Als we van alles wat we van vroeger overboord gooiden nu eens het beste opnieuw oprakelen? Dan komen we uit bij ouderwetse eetgewoonten die traditie ons brengt. Hoe kun je het aanpakken?

Wat je eerst zoal moet weten.

In een dag zijn er drie belangrijke maaltijden, tegen de honger die knaagt, die we hoofdmaaltijden noemen, en twee minder belangrijke maaltijden die tussendoor worden gegeten om een dipje op te vangen. Een tussendoor is nooit een complete maaltijd op zichzelf, maar een hongerstiller. Een kleinigheid, maar vol voedingstoffen. Van alle hoofdmaaltijden is de warme maaltijd de belangrijkste maaltijd. Hieruit moet het grootste gedeelte van alle micro- en macronutriënten komen. Een kind dat groeit heeft een gigantische hoeveelheid voedingstoffen nodig. Om hieraan te komen, wordt er geen snoep maar fruit gegeten, geen fastfood maar een volwaardige maaltijd, er wordt water gedronken, geen frisdrank, en geen energiedrankjes. Kortom, geen snack maar iets verkwikkends. De eetlust gaat helemaal verloren door dat soort namaakvoedsel. En erger, een kind offert er zijn micronutriënten voor op.

Alle gezinnen hoeven natuurlijk niet hetzelfde eetpatroon te hebben, elk gezin maakt zich wel vaste eetgewoonten eigen. Een dagindeling als een routine die vertrouwd aanvoelt.

Een gezin van gewoontes. Geen orthorexia, wel gezond verstand. Met een ouder die vindt dat een tafel dient om samen aan te zitten.

Het ontbijt

Het begint al bij het opstaan. ’s Morgens neemt iedereen tijd voor een ontbijt, wel een halfuur lang. Elk kind ontbijt voordat het naar school gaat. Want op een lege maag kun je niet leren. Het is een ontbijt dat bestaat uit een eitje, een dun sneetje kaas, brood besmeerd met boter en jam. Of, als ze daar meer van houden, eten ze granola of havermoutpap met fruit. En melk of yoghurt. Geen magere levensmiddelen, maar voedsel waarin alle macronutriënten aanwezig zijnNa het ontbijt is de glucosevoorraad aangevuld. Glucose houdt de geest alert, en glucose wakkert het geheugen aan. Het is een ontbijt dat alle micro- en macronutriënten oplevert, en voldoende calorieën om de voormiddag mee door te komen. Van zo’n ontbijt is een kind fit en goedgemutst. Na het ontbijt gaan de kinderen naar school, de ouder naar het werk. Elk kind neemt een stuk fruit uit de fruitmand die altijd op tafel staat mee naar school, om tussen de maaltijden door te eten, én een flesje water. Dat kan als tussendoor dienen.

Er zijn altijd kinderen voor wie een ontbijt niet hoeft. En omdat ze een stevig ontbijt hebben gemist zijn ze niet alert op school. De avond daarvoor waren ze nog uitbundig als alleen een kind kan zijn, ze waren te laat in bed, en bij iedere minuut die ze langer opbleven groeide het verlangen naar een hongerstiller voor het slapengaan. Zo laat op de avond nog een paar snacks te eten vergalt de eetlust de volgende ochtend aan het ontbijt – het kind is nog moe, en in de cellen zit nog onopgebruikte energie die van het late eten van de vorige avond is overgebleven. Zo moet het niet.

Op zondagmorgen met het vooruitzicht van samen te kunnen ontbijten gaat papa om ontbijtkoeken bij de bakker. Dat was vele jaren geleden al zo. En het is nu nog steeds zo. Tegen wanneer iedereen goed en wel wakker is, wacht er hun een waar feestmaal. Het zijn van die gezegende zondagen, als een ritueel dat een blijvende herinnering schept. Geen haastige hap op zondag, maar een uitgebreid ontbijt deze keer die de tafel in een veelkleurig buffet omtovert – confituren van pure smaken, yoghurt met verse fruitsla, bij de muesli liggen bananen en appels in de winter en frambozen tussen de aardbeien in de zomer. Er zijn scharreleitjes en zachte boter, het volkoren brood ligt naast de zoetigheden (het melkbrood, de mini-ontbijtkoekjes en de cakejes), de komkommer en de kerstomaatjes bij de kaas, en de thee en chocolademelk worden vers opgediend. Het begint met huisbereide granola en vers fruit met yoghurt of melk, daarna grof brood besmeerd met boter en jam, een zacht gekookt eitje, en eindigt met ontbijtkoeken, of beter nog, zelfgebakken appelcakejes. En tot slot een glaasje vers fruitsap.

De lunch

Als je zelf een warm maal kookt, nemen ze een lunchpakket mee naar school. In de brooddoos zitten sneetjes grof brood, besmeerd met hoeveboter, belegd met roerei. Een belegde boterham smaakt net zo goed – als je het brood met kaas belegt, leg er dan een blaadje sla op, een schijfje hard gekookt ei, en tomaat, zoals je op tonijnsla komkommer dresseert. Voor de meeste kinderen is dit genoeg voor tijdens de lunch.

Het vieruurtje

Het is vier uur ’s middags, wanneer de kinderen van school terug thuiskomen. De kinderen uitgehongerd van te leren en te spelen; mama die allerlei voedzaams voor ze klaar heeft staan. Niets ingewikkelds maar iets eenvoudigs met een zachte smaak. Er hoeft geen snoep in huis te zijn om hun honger mee te stillen. Ieder kind is maar wat blij met wat er op tafel staat als er niets anders voorhanden is. Soep is altijd snel opgewarmd, terwijl ze uit de fruitmand alvast een appel eten. Voor de kinderen is het de manier om voor de rest van hun leven fruit met een dipje te associëren. Meer fruit voor minder snoep. Andere mama’s hebben kruidenthee met heerlijke scones en huisbereide jam klaarstaan, hoewel het helemaal niet nodig is een kind aldoor energierijk voedsel te geven. Dit vieruurtje lijkt eerder op een hoofdmaaltijd. Als het kind al geen grote honger heeft, en er daarna nog een hoofdmaal is voorzien, heeft zo’n kind geen zin om alweer te eten. Een appel of soep voor het avondmaal prikkelt hun eetlust meer dan een zoetigheid. En als je er een gewoonte van maakt op tijd het avondeten klaar te hebben, is er geen gevaar dat ze gaan snakken omdat ze uitgehongerd zijn.

Niet dat een kind nooit eens zoetigheden mag eten. Vooral de jonge adolescent die aan de groeispurt is begonnen heeft zin om al het vettige en mierzoete dat er te vinden is op te eten. Wat een eetlust is me dat. Niemand die eetlust afremt, dat doe je niet bij een kind in volle groei, zolang de maaltijd maar evenwichtig is samengesteld. Wat een kind in volle groei nodig heeft zijn gezonde hongerstillers. Het zijn het soort hongerstillers die ze wel heel graag lusten maar niet zelf bereiden.

  • fruitsalade met verse slagroom
  • een bord verse aardbeien met een bolletje roomijs
  • boekweit pannenkoekjes met partjes peer

Op een warme zomerse middag is er het heerlijkste ijs, dat van de boerderij om de hoek komt, gemaakt van de opgeroomde melk afkomstig van een graskoe. En op zondag is er taart. Zo eentje die je zelf bereidt. De baklucht van in de vroege ochtend doet het beste vermoeden. Het lekkerst vindt iedereen altijd een taart helemaal vol gelegd met vers fruit uit de tuin. Soms is er cake om mee naar school te nemen. En bij elke verjaardag worden er pannenkoeken gebakken. Hoewel je slagroom, roomijs en evenmin pannenkoekjes moeilijk hypergezond kunt noemen, leveren eigenbereide combinaties alle voedingstoffen waar ze behoefte aan hebben: voldoende energie en volwaardig eiwit met genoeg essentiële aminozuren die de groei niet afremmen. Het zijn dit soort zoetigheden waar ik suiker bij voeg voeg. Daar dient suiker tenslotte voor. Maar ik gebruik nooit suiker om de smaak van fruit te versterken, dat van nature zoet is. Uiteindelijk is het meer een kwestie van gezond verstand. In dit soort gezin leert een kind dat er alleen taart is op zondag en pannenkoeken bij feestjes, dat kinderen alleen in de zomer of na een feestmaal een ijsje eten, wat niet belet dat alle kinderen er altijd de beste herinneringen aan hebben.

De warme maaltijd

Op zondag zit iedereen aan een mooi gedekte tafel. Als koken er niet elke dag van komt dan moet het maar in de weekends – omdat je zelf ook weet dat de herinnering aan heerlijke etensgeuren de beste stimulans is om later hetzelfde te doen voor je eigen kinderen. Je doet hetzelfde als voor jezelf: hetzelfde eten als voor de volwassene is ook voor uw kind bruikbaar. Dit betekent niet je er met fastfood van af maken. De fastfood leverancier is er alleen voor een uitzonderlijk moment wanneer er echt niets anders opzit dan wat voedsel aan huis te laten leveren. Als koken geen taak is, is het iets waar je al je creativiteit in kwijt kan. Het hoeft geen uren tijd in beslag te nemen, hoewel een feestmaal af en toe ook een keer mag. En in ruil voor al die moeite wacht een smakelijk maal. Alles wat je vers maakt, smaakt tenslotte altijd beter. De aangename geur van wat er op het fornuis staat te pruttelen gaat altijd aan een knorrende maag vooraf. Er is geen maaltijd zo puur en zo licht als die je zelf bereidt. Gezond moet het van nature zijn – een licht verteerbare saus is altijd beter dan een romige saus. Natuurlijk eet een kind niet zomaar alles wat gezond is, het moet ook lekker smaken. Niet zoals die groenten en fruitsoorten die het hele jaar door beschikbaar zijn, en daardoor naar water smaken. Maar die geoogst in volle seizoen. Zoals watermeloen nooit beter smaakt dan op de warmste dag van de zomer. Waar smaken worden aangeleerd is improvisatie belangrijk. Varieer op textuur, presentatie en uitzicht. Je kunt geen beter gerecht kiezen dan een met zachte smaak om op jonge leeftijd mee te beginnen. Tomatensaus met worstjes wordt erg gesmaakt. Als een kind de eerste keer geen paprika lust, mix je de paprika de volgende keer fijn in een saus. Gefascineerd als ze zijn door de felrode kleur van paprika en de zoete smaak van tomaat valt de saus in de smaak, niet beseffend dat de kleur het verschil in smaak tussen paprika en tomaat verbergt. Het is de aangename verrassing van iets voor de tweede keer te proeven dat ze de eerste keer niet lustten. Er is altijd wel iets dat een kind zo graag lust dat het wel zijn lievelingsgerecht moet zijn. Appelmoes en kip zijn favoriete gerechten van een meerderheid van de kleuters. En ze zijn nog gezond ook. Spinazie is een van die groenten die ze graag lusten, in combinatie met een stukje vis bijvoorbeeld. Wortelen vinden ze ook altijd lekker. Zoet valt dan ook het meest bij hen in de smaak. Maar ze eten niet graag spruitjes waaraan ze de grootste hekel hebben omdat ze niet van bitter houden, en ze trekken hun neus op tegen de zwavelige geur die uit kool stijgt. Daarom weigeren ze ook andere groenten als bloemkool en prei omdat die wat naar zwavel ruiken. Hoe kan het dat elk kind van zoet houdt, maar van bitter houden ze nooit? Is het de gewenning aan waterige smaken die bitter plots zo overheersend maakt? Of is het een gebrek aan een vruchtbare bodem die groenten die volle smaak geeft met een intensiteit dat alleen mineralen en bio-actieve stoffen dat doen. Met iets zoets dat bitterheid verhult kun je een overheersende smaak verzachten. Geen geraffineerde suiker maar iets dat van nature een zoete smaak heeft. Geen kind dat verwacht dat je een smaak die overheerst met suiker verzacht. Doe partjes appel in plaats van suiker bij rode kool en ze is licht verteerbaar. Met wortelen en een bijpassende saus smaakt prei ineens een stuk beter. Op zoek naar meer lekkere combinaties? Dan moet je ook eens een keer appelmoes met savooikool proberen. Partjes tomaat (zonder pitjes) passen bij gestoofd witloof. Kaassaus hoort bij broccoli zoals witte saus bij bloemkool. Waarom er tegelijk niet een keer afgekoelde bloemkool bij serveren met partjes tomaat en mayonaise onder gemengd? Wat ook lekker is, dompel bloemkoolroosjes eerst in ei, en bak ze daarna in olie. Dit heb ikzelf geprobeerd. Breek mini-eitjes in de pan en serveer frietjes bij de spiegeleitjes met sla en tomaat. Het is een klassieker voor kinderen en volwassenen, die er niet aan denken zout op de frietjes en de eitjes te strooien, zo heerlijk puur zijn de smaken op zichzelf. Wat kun je dan met spruitjes? Kunnen ze de krokante textuur van afgebakken spruitjes niet smaken, verwerk ze dan in een eenpansgerecht: kook eerst spruitjes in water, leg ze in een ovenschaal, voeg er gehakt en puree bij, en laat garen in de oven. En wat vind je van spruitjes bereid in de wok? Roer de blaadjes spruiten in de wok tot ze beetgaar zijn, meng er gaargekookte rijst of quinoa onder, werk af met gebakken worstjes: de smaken zijn allemaal puur op zichzelf, maar eenmaal in een eenpansgerecht verwerkt wordt de basissmaak veel milder. En de aromatische geur van provençaalse kruiden lokt hen de keuken in. Als ze, misschien tegen hun gewoonte in, alles helemaal hebben opgegeten, dan is iedereen tevreden. Daarvoor zoek ik het beste uit. In alles wat ik koop zoek ik een volle smaak alsof je de groente zelf hebt geteeld. Daar betaal ik graag een eerlijke prijs voor. De biologische teelt van gewassen slaat opnieuw aan bij de gemiddelde consument, en ook voor de traditionele teelt (op het rustige ritme van de natuur, zonder dat er groeiregulatoren aan te pas komen), is er terug belangstelling. Het levert fruit en groenten op met volle smaak, en vlees met een beet. Ze smaken nog het best als je ze puur bereidt, niet gezouten, noch gezoet. Ik ken geen kind dat de verleiding van te proeven kan weerstaan. Proef zelf ook. Een mama weet dat een kind niets heerlijkers vindt dan helpen bij de bereiding van een warm maal, met af en toe proeven dat erbij hoort. Daarna worden ze als echte proevers geprezen.

Geen prestatiedruk, wel samen genieten.

Ik herinner me winterse zaterdagmiddagen, wanneer we na het middageten (die uit bakharing en aardappel bestond) aan tafel bleven zitten om bij te praten. Zichtbaar tevreden elkaars verhalen aanhorend, leren kinderen genieten van een sfeer van gezelligheid dat samen tafelen brengt. Ze hebben er de volgende veertig jaar de beste herinneringen aan, en ze zullen de smaak niet vergeten van gerechten waarvan ze lang geleden hebben gesmuld. Maar in de zomer wil iedereen buiten zijn. Er wordt de hele winter geen gebruik van gemaakt, maar eenmaal  het zomert is er altijd genoeg fruit om sap te maken. Ikzelf heb ook een sapcentrifuge in de keuken staan die het sap uit alle soorten fruit kan persen. Geen frisdrank die het kan opnemen tegen het sap met kersen, aardbeien, kruisbessen, framboos, perzik en stukjes rabarber uit de tuin – de smaken zijn zo puur en intens, allemaal heerlijk op zichzelf. En er hoeft niet eens suiker bij. Dorstig van het spelen komen de kinderen van buiten naar binnen, en ze willen maar wat graag proeven van dit sap dat vol smaak zit.  De verkoelende smaak is ideaal om hun dorst te lessen. In het sap vinden ze de smaak van het fruit terug. De vitamine C krijgen ze erbij. En ijzer die dankzij de vitamine C bijzonder goed wordt opgenomen. Zo zijn ze bestand tegen ziekte. Daarna gaan ze opnieuw naar buiten om te spelen.

Een melkgerecht

Als bedtijd nadert, geeft je ze een melkgerecht – zo ongeveer een uur voor het slapengaan. Dit gebruik dat sommige ouders zich al vroeg eigen hebben gemaakt om na het avondeten een melkgerecht te bereiden zet je verder. De ene dag geef je een yoghurtje, de volgende dag karnemelkse pap, dan warme chocolademelk, de volgende dag eigenbereide pudding. Een kind wordt er rustig van. Daarna vallen ze snel in een diepe slaap.

Een kind eet in de vroege avond. Voedt ze met net genoeg calorieën om de avond en de nacht door te komen, stop ze op tijd in bed, en het wordt ’s morgens met een gezonde eetlust wakker. Het helpt ze ’s ochtends uit bed te krijgen.

In een gezin waar het zo goed eten is wordt er niet naar gemaksvoedingsmiddelen verlangd. Symptomen van Adhd komen evenmin voor in dit gezin. Ouders die dit klaarspelen zijn erin geslaagd opvoeding tot een levenskunst te verheffen.

SCAL