Nutralife
Over vlees eten - Artikels -

Hoe gevaarlijk is vlees voor darmkanker?

Sinds kort staat vlees op de lijst van kankerverwekkende stoffen. Het gaat om rood vlees en bewerkt vlees. De studies bevestigen het gevaar: vlees is een heuse trigger voor kanker, en meer bepaald voor darmkanker.

Waarom steken beschavingsziekten als darmkanker nu frequent de kop op, terwijl we vroeger toch ook vlees aten?

Er schuilt een groot gevaar in het voedingspatroon van welvaartsstaten. Als je goed kijkt naar de eetgewoonten in het rijke Westen, vallen twee dingen op: voedingsvezels vormen maar de helft van de hoeveelheid die ons wordt aanbevolen, maar van vlees eten we meer dan het dubbele van wat gezond is. Dat is het verschil met vroeger, toen niet iedereen elke dag vlees kon eten, omdat ze er de middelen niet voor hadden.

Er is meer dan een antwoord op de vraag, wat zo schadelijk is aan vlees, dat het de darm kwetsbaar maakt voor ontstekingen.

Hier volgt een opsomming:

  • Ten eerste zijn er de eiwitten. In rundsvlees, zoals in ander vlees, zit er gemiddeld 20 procent eiwit.  Wie veel vlees eet, eet eiwitrijk en riskeert overgewicht. De niet-bruikbare aminozuren in eiwit worden tot energie omgezet. Daar komt overgewicht van, en vetcellen die zich vermeerderen. Dat dit gepaard gaat met de afscheiding van IGF-1 vormt een nog groter gevaar, want dit hormoon wordt met kanker in verband gebracht, ook darmkanker. Er zijn ook ammoniak en zwavelstof die dierlijk eiwit voortbrengt. Het zijn afbraakstoffen die de dikke darm irriteren: wanneer die darmirriterende stoffen aan de darmwand hechten, lokken ze ontstekingsreacties uit.
  • Dan is er het vet in vlees. Meer-magige dieren hebben 1 tot 10 procent vet, waarvan de helft verzadigd is. Onder de gevaarlijke verzadigde vetzuren: laurinezuur, myristinezuur, palmitinezuur en stearinezuur, vetzuren met lange keten. Als ze in het bloed komen verhogen ze de cholesterol, en als ze in de dikke darm worden geloosd, verstoppen ze de dikke darm. Het is normaal dat beta-vetzuren, de vetzuren die in het midden aan glycerol vastzitten, langs de darmwand in het bloed komen, zoals het gebruikelijk is dat vetzuren die aan de twee buitenzijden (op de alfa-posities) aan glycerol gebonden zijn, los van glycerol komen terwijl ze verteren. Het gevaar van ongebonden vetzuren die én verzadigd zijn én tot de lange keten-vetzuren behoren, is dat ze met calcium binden. Dit weten we van palmitinezuur en van stearinezuur: ze vormen onoplosbare calciumzepen, die niet in het bloed dringen, maar in de dikke darm worden geloosd. Daar zijn ze de oorzaak van een harde ontlasting. Van een harde ontlasting komen uiteindelijk divertikels waaruit ontstekingen voortvloeien. Daar heb je vezels voor nodig. Met die darmbeschermende eigenschappen die vezels in zo’n grote mate bezitten, gaat de zuurtegraad hier in de dikke darm van zuur naar neutraal, en dat zorgt voor een gezonde dikke darm.
  • Er zijn niet alleen eiwit en vet die vlees van nature bezitten, er zijn nog de additieven ook die men al tientallen jaren bij het vlees voegt. In de transformatie van vers vlees tot vleeswaren en vleesbereidingen is hun toevoeging heel gewoon geworden. Het betreft teerbestanddelen en nitriet waarmee de vleeswarenindustrie ons voedt. Ze worden beschouwd als kankerverwekkende stoffen. Zij behoren tot het uitgebreide gamma van additieven waarover de industrie beschikt om vleeswaren en vleesbereidingen ultrasnel te produceren, volgens een chemisch proces waar de mens met de hulp van additieven ingrijpt niettegenstaande er bewijzen voor bestaan dat ze toxisch zijn. Gekookte en rauwe hammen, spek en kookworst worden gepekeld, soms gerookt. Pekelen is een techniek die al eeuwen lang wordt toegepast om het vlees te drogen. Maar was pekelen vroeger doodgewoon zouten, is dat nu niet meer zo. Tegenwoordig is een pekel samengesteld uit ontelbare stoffen – er is nitriet voor de kleur, er zijn aroma’s voor de smaak, er is fosfaat om water op te slorpen, er zijn verdikkingsmiddelen om het water vast te houden, en verder al wat nodig is om de vleeswaren en -bereidingen zo lang mogelijk te bewaren. Het vlees zuigt de pekel op als een spons water. Daarmee neemt het gewicht van een ham en een worst toe, het gewicht kan er zelfs mee verdubbelen. Wat kun je hieruit besluiten? Niet de volksgezondheid interesseert de fabrikant, als wel het economisch rendement. De consument is bedrogen: niet alleen wat zijn gezondheid betreft, maar ook op nutritioneel vlak krijgt de consument een product met lage voedingswaarde. Waar de ham gedroogd wordt, zijn rookbestanddelen nooit ver weg. De ham wordt gerookt volgens een techniek waarmee de ham het uitzicht van een ambachtelijk gedroogde ham krijgt. En dan zijn er bestanddelen die op de ham neerslaan: in de rook werden polycyclische aromatische koolwaterstoffen gevonden, die kankerverwekkend zijn. Het is om die reden die iedereen bekend is, dat vlees nooit in contact met de rook mag komen, of je nu barbecuet, of vlees of vis rookt. Het is niet alleen het roken, er bestaat zelfs een rookaroma dat ze bij gerookte ham voegen, speciaal voor wie van de rokerige geur van vlees houdt, een aroma waar diezelfde kankerverwekkende stoffen in voorkomen, tot teer aan toe. De industrie probeert ons gerust te stellen: het aroma schijnt in minieme dosis geen gevaar te vormen; en koud roken zou veiliger zijn dan warm roken.
  • Soms is vers vlees toebereiden ook schadelijk, en wel als het vlees een aangebrand korstje krijgt – zoals vlees wordt als we bakken of grillen op hoge temperatuur. Zo kon men heterocyclische aminen waarnemen, in wier vluchtige stoffen zich geurstoffen verspreiden die niet gewoon maar onze eetlust wekken. Achter de geurstoffen schuilt een groot gevaar: heterocyclische aminen zijn een van die stoffen die kanker aanwakkeren.
  • Even gevaarlijk is de aanwezigheid van linolzuur in vlees, de voorbode van ontstekingen. Linolzuur is pas schadelijk als de verhouding met linoleenzuur uit evenwicht is. De laatste tientallen jaren heeft de westerse mens zich een voedingspatroon eigen gemaakt dat van vers naar bereid is overgegaan, waar een buitenproportionele hoeveelheid linolzuur in voorkomt. En daarmee ook het evenwicht tussen linolzuur en linoleenzuur heeft verstoord. De wanverhouding valt ons des te meer op in kant-en-klare gemaksvoeding, als charcuterie, bloedworst en leverworst, salades, maaltijden, fast food, muesli,… En ook het veevoeder is veranderd. In vers vlees van een dier dat heeft geweid, is de verhouding linolzuur – linoleenzuur uitstekend. Zo heeft rood spiervlees een verhouding linoleenzuur/linolzuur = 1/3. Dat is helemaal niet slecht. Want in varkensvlees tref je voor 1 deel linoleenzuur minstens 6 delen linolzuur aan. Gelukkig zit er veel oliezuur in varkensvlees. En dat is goed, want oliezuur houdt ontstekingen tegen, net als oliezuur aan bloedklonters kan verhelpen. Samengevat: het is helemaal niet goed dat een voedingsmiddel veel linolzuur bevat. En als er een reden is waarom linolzuur aanzet tot ontstekingen, dan ligt dat aan de afwezigheid van oliezuur en linoleenzuur in ons voedsel. Oliezuur en linoleenzuur kunnen het evenwicht herstellen. Dat is waarom oliezuur en linolzuur en linoleenzuur elkaar in evenwicht moeten houden. Het is een kwestie van voedingsmiddelen juist te combineren. Het is niet alleen vlees. Het komt ook door de overmaat aan linolzuur die in kant-en-klare gerechten zitten: olie in margarine en mayonaise en dressing, bonbons en chocopasta, granen in muesli, olie en granen in muffins, koekjes en wafeltjes, tortilla’s en pannenkoeken, roomijs en fastfood. Zoet of hartig, gemaksvoedingsmiddelen staan niet bekend om een evenwicht in bio-actieve stoffen. En de omega-vetzuren zijn er helemaal uit balans. Als je even zoekt vind je meteen de verschillen. Moet je de verhouding tussen linolzuur en linoleenzuur in onderstaande tabel zien.  Is het een voedingspatroon waarin linoleenzuur vrijwel afwezig is, dat onze reumatische pijnen verklaart? De uitwerking van fosfaat en linolzuur is als eerste in de gewrichten voelbaar. Het is typerend voor de uit de hand gelopen geïndustrialiseerde maatschappij van vandaag. Ik heb gezocht naar voedingsmiddelen die meer linoleenzuur dan linolzuur opleveren, en kwam uit bij het mediterrane dieet. We nemen het mediterrane dieet niet voor niets als voorbeeld. Voor vrijwel geen verzadigde vetzuren levert het veel oliezuur en alfa-linoleenzuur op. Olijven en avocado eet je voor hun oliezuur. Vis heeft allerlei omega 3-vetzuren. Van alle dierlijke voedingsmiddelen heeft alleen vette vis meer linoleenzuur dan linolzuur. Wat met vlees onmogelijk is, namelijk de wanverhouding tussen linolzuur en linoleenzuur herstellen, is mogelijk met vette vis. Zo voorkom je ontstekingen in de dikke darm. Dat zit zo: er zijn twee poly-onverzadigde vetzuren. Het ene, linoleenzuur, brengt prostaglandinen voort die ontstekingen remmen; uit het andere, linolzuur, ontstaan prostaglandinen die ontstekingen aanwakkeren. Aldus luidt het advies: voor elke vier gram omega 6 die we innemen hebben we een gram omega 3 nodig. Dat evenwicht bereikt de carnivore eter door gevarieerd te eten. Bijvoorbeeld: een keer per week eet je rood vlees; de volgende dag scharrelkip, daarna varkensvlees, en een keer in de week: vette vis. Je hoeft niet iedere dag vlees te eten, het mediterrane dieet bestaat uit groenten en fruit, olijven en kaas, en noten en boleten met de smaak van vlees, die minstens zo lekker zijn.
  • Wat de aanwezigheid van veel linolzuur in het dieet gevaarlijk maakt, is dat linolzuur zo gevoelig voor oxidatie is. Oxidatie activeert zuurstofderivaten. En onder de zuurstofderivaten vrije radicalen die de celmembranen beschadigen. Met antioxidanten breng je de aanvallen van radicalen tot stilstand. Vitamine E beschermt tegen oxidatie, vitamine A vangt de radicalen op die de oxidatie voortbrengt. Dat brengt mij bij nog een ander nadeel van linolzuur: het hindert de opname van vitamine E. En een meervoudig onverzadigd vetzuur dat zo gevoelig is voor oxidatie vraagt vitamine E, en wel in een dosis die zich verhoudt tot de hoeveelheid linolzuur en linoleenzuur die we nuttigen. Het is heel normaal dat vitamine E altijd in de cellen aanwezig is, daar waar de oxidatie gedijt. Zo is het mogelijk de reactie waartoe oxidatie aanzet, te neutraliseren nog voor zuurstofradicalen schade kunnen aanrichten. Het effect van vitamine E op het carcinogene nitriet is even krachtig. Herinner je nitriet van het pekelzout dat in gepekelde vleeswaren wordt verwerkt. Het is vitamine E dat nitriet opruimt samen met vitamine C.
  • Daarom staan omega 3 vetzuren, vitamine A en vitamine E op de lijst van kankerwerende stoffen. De Hoge Gezondheidsraad, die onze voedingsbehoeften bundelt, beveelt van vitamine E per dag 8 – 10 milligram aan, wat ADI betekent. Die dagelijkse dosis (ADI) haal je niet uit vette vis, en evenmin uit vlees. Daar is er van vitamine E zelden sprake. De enige manier om genoeg vitamine E binnen te krijgen is door groenten en fruit te eten, en daarnaast noten en aromatische kruiden, volle granen en eieren, en niet in geringe dosis. De meeste bio-actieve stoffen kom je in planten tegen. Ze zitten opgedeeld bij de fytonutriënten, stoffen waarmee het plantenrijk zich van dierlijke voedingsmiddelen onderscheidt. Met de komst van gemaksvoedsel zijn mensen hun gezonde eetgewoonten verleerd. Zie maar naar India. De oogst van mango moet er overvloedig zijn, zoals mensen er in het oogstseizoen in één dag wel 10 mango’s eten. Daarvan zijn ze fit en zo gezond als je mag verwachten van micronutriënten die tot boven de ADI uitstijgen: van vitamine E die 10 milligram oplevert, net als van de vitaminen A en C en nicotinamide waarvan ze een overdosis binnenkrijgen. Zo beschermen ze hun aders. In oosterse culturen voelen ze feilloos aan wat ze ons westerlingen opnieuw moeten aanleren. Vandaar dat we vanaf de lente heel veel rauwkost moeten eten: alle soorten sla, met tomaten, aromatische kruiden, spinazie. En als de winter komt: knolselder en pompoen, kool en pastinaak. Hoewel er veel vitamine E in kolen voorkomt, verliezen ze door de bereiding veel van hun vitamine E. Daarom is het variëren op appels en peren, frambozen en aardbeien, blauwe en zwarte bessen, abrikoos en pruimen. Elk seizoen heeft andere groenten en vruchten te bieden. De dosis per 100 gram is laag, maar niet zo laag dat we ze net zo goed niet kunnen eten. Het komt erop aan ze overvloedig te eten. Ik weet niet of er nog veel andere voedingsmiddelen zijn die meer vitamine E hebben dan die opgesomd in onderstaande tabel.
    VoedingsmiddelDosis vit. ELinoleenzuurLinolzuur
    2 eitjes2 mg1650 mg100 mg
    Mango3 mg67 mg9 mg
    7 hazelnoten3 mg60 mg4500 mg
    10 walnoten1,2 mg1,6 gr6,8 gr
    1 avocado1,3 mg165 mg1650 mg
    4 sneetjes brood van volgraanmeel: spelt, tarwe, rogge1 - 2 mg----
    Samengevat: als je weinig fruit of rauwkost eet, krijg je met de leeftijd ontstekingen te verduren, door een tekort aan vitamine E, C en DHA en EPA-vetzuren. Uit tekorten ontstaan beschavingsziekten, als diabetes, hart- en vaatziekten, kanker.

Als je op zoek gaat naar redenen waarom vlees gevaarlijk is voor darmkanker, dan vallen vier dingen op aan onze eetgewoonten:

☑ het dagelijkse gebruik van vleeswaren en vleesbereidingen
☑ het dagelijks gebruik van gemaksvoedsel waarin geraffineerde oliën voorkomen
☑ de afwezigheid van rauwkost
☑ de afwezigheid van vette vis in uw dieet

Hoe is het mogelijk dat maar een paar generaties terug mensen nog wisten dat als ze gezond wilden blijven, ze onbewerkte natuurproducten hoorden te eten?

Als groenten bij iedere maaltijd wenselijk zijn, dan is rauwkost een noodzaak bij rood vlees. Zij die in kankeronderzoek bedreven zijn, zeggen ons dat we meer tomaten, peulvruchten, rauwkost in het algemeen, en fruit moeten eten. Zoals ze doen in mediterrane landen. Als je rondreist in landen met traditionele culturen, en je ziet kans door hun boomgaarden te wandelen, ontdek je al wat goed is om ons tegen beschavingsziekten te beschermen: druiven en perziken, abrikozen en citrusvruchten, olijven en amandelen, auberginen en courgetten, tomaten en paprika’s, pompoenen en peulvruchten, aromatische kruiden en uien. Het Hof van Eden zou ik het noemen, als het niet nu nog in werkelijkheid bestond. Onder de mediterrane zomerzon groeien de planten goed. Dat merken we aan hun kleuren. In de zon gerijpt hebben ze felle kleuren. Ze laten een hoop bio-actieve stoffen vermoeden, zo veel als nodig om ons tegen ziekten te beschermen. Je moet alleen maar hun aromatische geuren opsnuiven of je begint ervan te eten, en je begrijpt meteen: geen andere vruchten smaken zo intens als die in de mediterrane tuin gerijpt. Ik herken geen van die subtiele geuren en smaken in het fruit dat ik in de buurtwinkel koop. Daarmee vergeleken lijkt het fruit van bij ons in niets meer op wat we vroeger gekend hebben. De vruchten zijn nog wel herkenbaar aan hun kleur, maar hun smaak kun je niet meer savoureren. Daar hebben ze te weinig bio-actieve stoffen voor. Ze schijnen veel minder vitaminerijk te zijn dan hun oppervlakkige kleuren laten uitschijnen. Als ze geneeskracht missen, is ze eten zinloos. Aan een tomaat die vanbuiten rood getint is, maar aan de binnenkant alleen maar een vage rode kleur heeft, daar heb je niets aan: de smaak is te waterig om de bio-actieve stoffen te hebben die ons tegen beschavingsziekten beschermen. Daarvoor leggen steeds meer mensen voor zichzelf een moestuintje aan. Of ze vervangen sierhagen door een haag met struiken vol met bessen of appels. Wie ze eenmaal heeft gegeten, kan geen massafruit meer eten. De intense smaak is iets om nooit meer te vergeten. Voor een lage hoeveelheid calorieën hebben mediterrane zongerijpte vruchten het hoogste antioxidatief potentieel (ORAC). Zie hier enkele voorbeelden van hun uitwerking op de dikke darm.

☑ Olijven eten we voor hun hoge dosis oliezuur waar tweederde van het vet uit bestaat.

☑ Pompoenen en abrikozen hebben een hoge dosis van het pro-vitamine A. Het is de rijpe oranje kleur waaraan je caroteen kan onderscheiden. Het is ook caroteen die de pompoensoep oranje kleurt, en het is hetzelfde caroteen dat darmkanker helpt te voorkomen. Dat leren we uit onderzoek.

☑ Auberginen hebben de rood-paarse kleur van anthocyanen, een stof die tot de diverse groep van uitermate geneeskrachtige flavonoïden behoort. Sommige flavonoïden kleuren vruchten paars, andere rood, zwart of blauw. Het zijn anthocyanen die ook in druiven, bramen, frambozen en bosbessen zitten, telkens hun kleuren naar blauw, zwart of rood omslaan. Diezelfde anthyocyanen hebben dat dieprode effect op kersen (morellen bijvoorbeeld), teken dat ze rijp zijn. Het belangrijkste is nog dat anthocyanen dat onophoudelijk ritme waarmee kankercellen delen, doen stoppen.

We vinden de bio-actieve stoffen ook in onze eigen groenten terug. Spinazie heeft caroteen in hoge dosis; in rode kool zit een grote hoeveelheid anthocyanen, herkenbaar aan de rood-paarse kleur. Sla, broccoli, ui en groene kool hebben quercitine, een ander flavonoïde; quercitine dient nog voor iets anders, namelijk om ons tegen ontstekingen, van het soort dat tot kanker kan leiden, te beschermen. Een even effectieve stof, als het over kankerbestrijding gaat, is kaemferol. Je vindt deze flavonoïde in prinsessenbonen, spruitjes, broccoli, zwarte en blauwe bessen, framboos, bramen, appels en in de steenvruchten – pruimen en abrikozen, perziken en kersen.

Samengevat: Als het zo is dat vlees darmkanker veroorzaakt, dan kan dat niet losstaan van de afwezigheid van antioxidanten in onze maaltijden. En van vezels.

Zeker is dat vezelarm eten tot divertikels leidt. Dat zit zo: vezels geven de prikkel die de dikke darm tot bewegen aanzet. Meer zelfs, vezels leggen de dikke darm contracties op die elkaar in een gelijkmatig tempo opvolgen. Als die prikkel wegvalt, verstopt de dikke darm, en verhardt de ontlasting. Daar komen onregelmatige darmsamentrekkingen uit voort. Tegelijk verhoogt de druk. Een hoge druk maakt dat het darmslijmvlies tussen de spierlaag door naar buiten uitstulpt (divertikel) bij elke contractie van de dikke darm. Dat moet je zien te voorkomen. Alles wat er zich in divertikels nestelt zijn voedselresten waarin bacteriën gaan woekeren die zich met de voedselresten voeden. Daarvan krijg je ontstekingen. Dat is waarom de dikke darm vezels nodig heeft. Vezels zitten in alle volle granen en noten, fruit en groenten, op een plek ergens vlakbij de schil. De aanbeveling is niet min – elke dag dertig gram. Het is om darmproblemen te voorkomen, dat er meer vezels nodig zijn dan die je uit één maaltijd haalt. Daarom eet je ook fruit, liefst bio, ongeschild of dun geschild. Begin er al ’s ochtens mee: oplosbare en onoplosbare vezels haal je ook uit volgranenbrood, en een notenpasta van amandel bijvoorbeeld; bij de lunch heb je de keuze tussen rauwkost, soep, of aardappelsla; eet tussendoor fruit, noten of soep; en serveer bonen of een andere bereide groente bij de warme maaltijd.

Samengevat: Als het over darmkanker gaat heb je geen keuze – als je verslaafd bent aan vlees of gemaksvoedsel, maar van groenten en fruit minieme hoeveelheden oppeuzelt, dan ga je vroeg of laat ondervinden hoe de schadelijke stoffen, die na de afbraak van eiwitten en linolzuur overblijven, op de dikke darm inwerken. Als je vlees eet, neem dan een kleine portie, eet liever vers vlees dan vleeswaren, en neem er altijd buitensporige hoeveelheden groenten bij. Meer heb ik over dit onderwerp niet te vertellen. Behalve nog dit: kijk naar de onderstaande tabel en zie zelf hoe schrikwekkend ver linolzuur (omega 6) en linoleenzuur (omega 3) in etenswaren uiteen kunnen liggen.

Voedingsmiddelomega 3 (gr/100gr)omega 6 (gr/100gr)verhouding omega 3/omega 6
Haring2.60.39/1
Bacon0.53.71/8
Eend03.90/4
Rundsgehakt, rauw0.10.31/3
Varkensgehakt, rauw0.21.51/8
Bloedworst2.8900.2451/12
Hamburger, rauw0.10.31/3
Kalfsentrecote0.10.31/3
Kip met vel, rauw0.43.21/8
Kip zonder vel, rauw0.21.41/7
Lamsbout0.10.21/2
Runderentrecote, rauw0.040.11/3
Rundertartaar, rauw0.020.11/5
Rundsrosbief, gebakken0.10.41/4
Braadworst0.42.51/6
Beenham0.10.41/4
Spek, rauw0.735.41/7
Varkenshaas, rauw0.040.31/8
Worst, salami0.252.41/10
Smeerleverworst0.393.11/8
Schapenvlees met < 10 gram vet, rauw0.10.21/2
Boter0.51.11/2
Margarine, met 17-24 gram verzadigde vetzuren3.122.41/7
Olijfolie0.17.41/15
Olijven in blik/glas0.50.81/8
Becel0.264.31/321
Zonnebloemolie0.262.11/310
Maiskiemolie0.854.21/68
Sojaolie5.851.81/9
Arachideolie0130.91/309