Nutralife
Supplementen, een populaire trend - Artikels -

Aan de verhalen over onze eetgewoonten te horen nemen we de voedingstoffen in een onevenwichtige verhouding op, en daardoor kampen we met tekorten aan vitaminen, mineralen, vezels en EPA vetzuren. Als we gezond willen verouderen, moeten we ons dringend om een andere levensstijl bekommeren. Fabrikanten hebben alvast het gat in de markt gezien. Ze slaan terug met de oplossing voor onze ongezonde eetgewoonten. Maak kennis met de gigantische markt van voedingssupplementen.

De idee werd hen aangereikt door de onthullende verslagen over de tekorten waarmee mensen kampen. Eerst hebben fabrikanten ons verleid met voedsel dat het grootste gemak en genot biedt. Later, op het moment dat overdaad omsloeg in beschavingsziekten, schieten fabrikanten ons te hulp, en warempel zonder dat we onze eetgewoonten moeten veranderen. Ze kunnen ons onmogelijk vragen te stoppen met ongezond te eten, maar ons overhalen met een of ander supplement als compensatie, is veel lucratiever. Gezondheid mag dan wel de drijfveer zijn bij de ontwikkeling, als we afgaan op de cijfers worden er schatten aan verdiend. De moderne consument geeft buitensporige bedragen uit als het om zijn geestelijk welzijn gaat. Iets waar alleen de fabrikanten een voordeel mee doen: de Novel Food bezorgt fabrikanten wereldwijd enkele tientallen miljarden omzet.

Functionele voedingsmiddelen en nutraceuticals voor gezonde mensen

Volgens het principe dat een voedingsmiddel met een voedingsextract verrijkt zo gezond is als natuurproducten zijn, worden ze de trendsetters in de sector voor de volgende jaren. Onder de supplementen: functionele voedingsmiddelen en nutraceuticals. U heeft dus de keuze uit verrijkt gemaksvoedsel of een voedingssupplement. Ze behoren tot het domein van de novel food, zoals hun naam luidt, een gamma dat volstrekt nieuw is in de voedingsmiddelensector, en waarvan de reikwijdte gigantisch is: er is een ontzaglijk grote markt voor functionele voedingsmiddelen en nutraceuticals onder gezonde mensen. Het zijn extracten uit de meest diverse planten – kruiden, groenten, bloemen, grassen, die als supplementen verschijnen. Ze zijn toepasbaar op deze tijd waarin we razendsnel zijn gaan leven, weg van de natuur, en van suppletie met extracten uit planten beter trachten te worden. Wat blijft er anders over als je geen tijd meer lijkt te vinden om een eenvoudige maaltijd met alleen maar verse ingrediënten te bereiden? De tekorten aanvullen met supplementen.

Voor fabrikanten waren de commerciële troeven van extracten overtuigend genoeg om er zich in te verdiepen. En toen het mogelijk bleek, onder de noemer van de novel food, een brede waaier van bio-actieve stoffen op de markt te brengen, kregen ook restproducten van het raffinageproces een nieuwe afzetmarkt sinds de Novel Food ze opwaardeert, al werden ze voorheen nooit eerder vanwege hun gezonde eigenschappen toegepast. Zo krijgen zemelen na het uitmalen een nieuwe toepassing. En wei als restproduct van de kaasbereiding, twee grondstoffen die fabrikanten een tiental jaren eerder alleen in veevoeders kwijtraakten. Ook polysachariden van het soort dat dient om gerechten mee in te dikken of te stabiliseren, worden nu gelijkgesteld met vezels. Ze zijn van onschatbare waarde gebleken.

Zijn functionele voedingsmiddelen en neutraceuticals op miraculeuze wijze in staat ons geestelijk en lichamelijk welzijn er helemaal bovenop te helpen?

Al heel lang interesseren mensen zich voor de geneeskrachtige werking van planten. De kruidengeneeskunde is zo oud als de mensheid, en dat zal wel komen omdat de toepassing van geneeskruiden niet zonder succes is geweest. Het geeft te kennen dat de moderne biotechnologie de interesse voor de traditionele geneeswijze niet heeft kunnen afwentelen. En nu we in een tijd leven waarin hetgeen we eten niet meer lijkt te volstaan om van te overleven, spreekt het vooruitzicht van gezondmakertjes velen aan. Want kunnen we een risico nemen als het over onze gezondheid gaat? De biologisch actieve stoffen zitten in alle natuurproducten verspreid, en het is in elk geval waar dat hun eigenschappen optimaal inwerken op ons welzijn.

Toen ze bio-actieve stoffen uit planten konden halen, zeg maar ze extraheren, en concentreren, hadden ze de sleutel gevonden om ze op grote schaal te commercialiseren. Dezelfde werkzame stoffen die in natuurproducten zitten komen we nu in voedingssupplementen tegen. Handelaars hebben zich verdiept in de wonderbaarlijke werking van stoffen, ze selectief opgedeeld volgens hun werkzame stoffen, want zo zijn ze ideaal om te vermarkten. Het zijn er nogal wat. Met hun onmetelijke eigenschappen die natuurproducten eigen zijn, hebben ze allerlei fysiologische en biologische kenmerken. Dit is hoe men ze opdeelt: als antioxiderende stoffen (bv. ellaginezuur uit granaatappel), rustgevende stoffen (bv. apigenine uit kamille, een middel tegen slapeloosheid), verteringsbevorderende stoffen (bv. gingerol uit gember), keelverzorgende stoffen (bv. glycyrrhinezuur uit zoethout), cholesterolverlagende stoffen (stanolen uit dennenboom),  stoffen die het geheugen activeren (glycosiden en terpeenlactonen uit gingko biloba), stimulerende stoffen (cafeïne uit guarana), en andere stoffen met onverstaanbare namen.

Uiteindelijk worden de bio-actieve stoffen gezuiverd na extractie, en worden hun werkzame bestanddelen ook nog gestandaardiseerd, en zelfs geconcentreerd. Op de verpakking staat het zo te lezen: rozemarijn met 6% rozemarijnzuur,  soja met 40% isoflavonen, appelgranaat met 70% ellaginezuur.

Elk supplement met haar bio-actieve stof, en een thema dat aansluit bij een doelgroep. Dat wordt allemaal uitgezocht om iedere mens de geschikte aanvullende voedingstoffen te kunnen bieden afhankelijk van zijn leeftijd, activiteiten en levenstijl: spierpijn bij sporters zou schijnbaar snel overgaan met antioxidanten; isoflavonen (of fyto-oestrogenen) helpen de menopauze goed door te komen omdat ze opvliegers verdrijven; prebiotische vezels zijn populair bij levensgenieters tegen de tijd dat ze met metabole stoornissen beginnen kampen om hun suikerspiegel te doen dalen; knoflookextract neemt u als zestigjarige ongetwijfeld zodat u zich niet over uw bloeddruk hoeft te verontrusten; omega 3 is goed voor wie zaken vergeet – zeker als je ouder wordt, en ze zeggen ons dat het voor een hersentrombose behoedt; een calciumpilletje zou de botdensiteit verbeteren eenmaal je over de zestig bent wanneer het gevaar van breuken dreigt; zo te voelen zijn iemands vermoeide spieren behoorlijk aangesterkt van magnesium, iets dat je dan geacht wordt te nemen; van groene koffie heeft men concrete vermoedens dat het doet vermageren; en wat chondroïtine betreft (een alternatief voor glucosamine), daar worden haaien massaal voor afgeslacht omdat de stof, die ook in onze gewrichten zit, slijtage ervan tegenhoudt. Tenminste dat vermoedt men omdat de aanmaak van kraakbeen ermee samenhangt; en er zijn er nog veel meer.

Noot     Hoewel vele planten geneeskrachtig zijn, kan een overdosis giftig zijn. Daarom zijn ze niet geschikt voor gebruik op eigen initiatief. Als je bij een dokter langsgaat, en daar naar een supplement informeert, kan hij alles uitleggen.

Ze zitten in het meest onwaarschijnlijke voedsel, een samenraapsel van gemaksvoedingsmiddelen die fabrikanten pogen te verrijken, waarvan iedereen weet dat ze niet voor dagelijks gebruik bedoeld zijn maar waarin om onbegrijpelijke redenen bio-actieve stoffen in het recept belandden. Ik denk aan melk- en sojadrankjes, chocola, margarine, ja zelfs in snoepjes komen we ze tegen. Alsof zij gezondheid schenken. Plots heeft het zin te snoepen als er een of andere verrijking met propolis (een honingextract) in een snoepje zit. Want propolis zou bacteriën en schimmels in de keel weghouden. Het zijn allemaal voedingsmiddelen die in de restgroep van de voedingsdriehoek zijn ondergebracht. En slechts één verrijking, hoe eenzijdig ook, maakt het voedingsmiddel dat nu functioneel is geworden, aantrekkelijk in de ogen van de consument: gerustgesteld door de verrijking kun je genieten van het genot dat ze verschaffen, ook al moet je voor dit product het dubbele van de prijs betalen, want je hebt hier te maken met functionele voeding. Ze bieden een uitgelezen kans voor wie zijn ongezonde eetgewoonten voor zichzelf probeert te rechtvaardigen. Het is niet eens zozeer van belang wat ze met ons doen, als wel dat we erin geloven. Functionele voedingsmiddelen stimuleren overduidelijk ons geestelijk welzijn: het gaat erom dat fabrikanten voor elkaar krijgen dat je gelukkig bent met het resultaat. Ze zijn het ideale recept voor wie toe is aan een mentaal opkikkertje en besluit zich te bezondigen aan wat lekkers. Net omdat ze een goed gevoel oproepen, omschrijven we ze ook als good-mood-food.

Ze komen in steeds nieuwe golven: tegen de tijd dat je beseft dat het supplement op zich niet volstaat om te vermageren, of dat je cholesterol niet is verlaagd – simpelweg omdat het supplement alleen geen wonderen kan verrichten – is er alweer een nieuw op de markt, nog geloofwaardiger dan het vorige, waarmee fabrikanten ons wellicht kunnen overhalen om ons wantrouwen op te geven.

Voedingsaanbevelingen en gezondheidsbeweringen

Vergeleken met een geneesmiddel lijkt het niet al te lastig een voedingssupplement te ontwikkelen, en er de geschikte bewering bij te zoeken, waarvan de boodschap de echtheid van het extract moet aantonen. Maar ook een bewering is onderworpen aan een wetgeving. Daarvoor kunnen fabrikanten beroep doen op een Europese regelgeving waarin al de toegelaten aanbevelingen opgesomd staan.

Met beweringen, zo divers als de regelgeving hem toelaat, zal de fabrikant trachten de verrijkte stof aan ons welzijn te koppelen, althans zonder dat het verband met een ziekte wordt gelegd. Want slogans van het type die duidelijk verwijzen naar de genezing van een ziekte, of het herstel van een gebrek zijn bij wet verboden. De informatie die de fabrikant met ons deelt is hoe dan ook pseudo-wetenschappelijk, niet meer dan een toespeling op onze gezondheid, waarvan hij bij voorbaat weet dat er geen direct bewijs is voor als het niet baat, het net zo min de gezondheid van de consument schaadt.

Of het nu werkt of niet, is in elk geval moeilijk achterhaalbaar – om in vivo aan te tonen wat in vitro is ontdekt, heb je mensen nodig, en zulke klinische experimenten zijn duurder dan testen in een labo met een proefbuisje. De in vitro resultaten upscalen gaat eerlijk gezegd met wisselend succes. Daarom zien ze van testen op mensen af, en moeten onderzoekers zich verlaten op de uitkomst van in vitro testen in een laboratorium. Het komt dus niet gauw voor dat fabrikanten het verrijkte voedingsmiddel of het voedingssupplement op mensen testen. Als ze er toch in slagen om de werking van de bio-actieve stof in het voedingsmiddel bloot te leggen, dan komt het moment dat ze de resultaten bekend mogen maken, maar niet voordat de Europese gezondheidscommissie informatie heeft ingewonnen over het verband tussen het voedingsmiddel of het supplement en het effect op de gezondheid. Daarvoor dient een “gezondheidsbewering”. Zo gebeurde bij cholesterolverlagende margarine.

Een geneesmiddel of een supplement?

Dan zijn er de voedingssupplementen, die bij de groep van de nutraceuticals zijn ondergebracht. Heb je ook de indruk dat supplementen lijken op geneesmiddelen? Ze zijn een mengsel van allerlei stoffen. In het tablet aanwezig: een actieve stof, een verdunner, cellulose – een soort bindmiddel, een anti-klonterstof, een glansmiddel, een smaakstof, een bijpassende kleurstof, een zoetstof. Ze worden samengeperst en tot een tablet geslagen. Ze worden ook in ampullen gestopt, of ze worden verpulverd en in een bijpassend zakje afgevuld. Doordat supplementen eruit zien als medicijnen, en de instructies over het tijdstip waarop we ze horen te gebruiken net als medicijnen zijn, zijn ze soms moeilijk van elkaar te onderscheiden. Toch kan je een supplement geen geneesmiddel noemen. Er zijn allerlei verschillen. Van een geneesmiddel voel je de werking meteen, en je neemt het zo kort mogelijk vanwege de ongewenste bijwerkingen die er altijd zijn. Van medicijnen weten we ook dat ze de hinderlijke symptomen van kwalen bestrijden, zonder dat ze de oorzaak wegnemen. Van een supplement daarentegen valt vooraf niet te voorspellen hoe lang het zal duren voor het begint te werken. Het is zelfs nooit helemaal zeker of ze ooit werken, ook al menen we dat ze gezond zijn. Een supplement neem je voor het leven, net als natuurproducten. Supplementen kunnen meteen verkocht worden, zonder dat er langdurige experimenten op mensen aan moeten vooraf gaan, volstrekt anders dan medicijnen voor ze op de markt komen. Bij supplementen is er geen sprake van testen, aangezien ze de informatie die al eerder over de extracten werd verzameld gewoon mogen overnemen, hetgeen volstaat om de werking van de plant op de verpakking met ons te delen. Maar dat kun je toch geen wetenschap noemen. Om nog maar te zwijgen van de lage prijs waartegen de fabrikant verplicht wordt ze te fabriceren, om ze tegen een schappelijke prijs aan de consument te kunnen aanbieden. Want ze worden niet terugbetaald door het RISIV. Zo mogen ze niet meer kosten dan een voedingsmiddel waaruit je dezelfde stoffen haalt – zoals een dosis vezels per dag niet meer mag kosten dan pakweg een yoghurtje. En dan de aanbevolen dosis. Hetzelfde vitamine D supplement dat door de ene dokter aan een 50-jarige elke dag wordt voorgeschreven, wordt door de andere aan een 80-jarige een keer in de twee weken aanbevolen. Hoe is zoiets mogelijk? Het gevaar van overdosis bij een al te enthousiaste inname van supplementen is reëel. En bij de risicopatiënten horen ouderlingen. Niemand, behalve wetenschappers, beseft het gevaar. Vandaar dat ze supplementen alleen aan gezonde mensen toedienen, nooit aan zieke mensen. Eeuwenlang was de kruidengeneeskunde doeltreffend, onontbeerlijk zelfs. De mens gebruikt kruiden voor zijn algemeen welzijn, zoals zijn ouder en diens voorouder het daarvoor hadden gedaan. Nutraceuticals daarentegen zijn een tendens die precies passen in een tijd, waarin de consument in een voedingssupplement verkwikking zoekt, omdat fatsoenlijk voedsel steeds zeldzamer is geworden.

Doelgroepen

Supplementen lijken interessant voor iedereen die gezond is, om langer van ziekte gespaard te blijven. Ze dienen als aanvulling op en zeker niet als vervanging van gezonde leefgewoonten. Wellicht doen ze gezonde personen geen kwaad. Maar hoe zit het met de risicogroepen? Je ziet nooit technische informatie waarin niet staat te lezen dat ze allerminst bedoeld zijn voor zwangere en lacterende vrouwen, net zo min als ze bestemd zijn voor baby’s en zieken die al geneesmiddelen nemen. Waarom? Een waarschuwing is voorzien, want waar actieve stoffen worden gebruikt, daar zijn nevenverschijnselen, en in het bijzonder risicogroepen zijn erg gevoelig voor mogelijke toxicologische neveneffecten. Het kan ook misgaan bij wie al medicijnen neemt, omdat een geconcentreerde stof, als een supplement is, mogelijk de werking van medicijnen verstoort. Zo wordt het een hartpatiënt geboden om wekelijks vette vis te eten, maar het is hem verboden om visoliesupplementen te nemen juist vanwege de oxidatieve bijwerking van visolie wat gevaarlijk is voor het hart.

Zijn supplementen afgestemd op de fysiologische behoeften van de mens? Diepgaand onderzoek is nog aan de gang. Maar er zijn geruchten over verrijkingen die het precaire evenwicht van onze stofwisseling ontwrichten, een homeostase waaraan planten, dieren en mensen, en alles wat leeft in de hele natuur haar bestaan dankt. Er is het gevaar dat ze aanzetten tot pro-oxidatieve reacties, nu ze niet meer in dat samenhangend evenwicht zitten: elke stof in verhouding tot de andere als alleen natuurproducten zijn. Hiervan moeten we ons ook bewust zijn. In de tussentijd horen we ze met terughoudendheid te nemen, net omdat het moeilijk is om hun werking vast te stellen. Mijn mening? We mogen er niet mee overdrijven want we hebben geen weet van de uitwerking van supplementen op onze stofwisseling. Het enige wat duidelijk is, is dat we onmogelijk kunnen herstellen van supplementen. Om die reden, die de fabrikant al lang bekend is, wil hij ons doen geloven dat supplementen wel erg geschikt zijn, maar dan alleen als onlosmakelijk onderdeel van een gezonde en een evenwichtige levensstijl.

Besluit

Van de bio-actieve stoffen in natuurproducten is een bijzondere werking gerapporteerd, of het nu om kruiden gaat, om fruit of groenten. Hoewel supplementen dezelfde werking suggereren die natuurproducten eigen zijn, hebben ze een twijfelachtige reputatie zonder proefondervindelijke onderbouwing. Supplementen zijn niet wat ze lijken. We hebben er een werkzaamheid in verondersteld die niet het verhoopte resultaat geeft. Kunnen we ons welzijn laten afhangen van supplementen? Vast niet, simpelweg omdat ze minder voedzaam zijn. Meer nog, ze kunnen geen beschavingsziekten voorkomen. Bedenk dat supplementen niets bevatten dat niet reeds bestaat in natuurproducten. Wees dus kritisch bij de aankoop van functionele voedingsmiddelen en supplementen want er is geen betere kwaliteit dan natuurproducten op de markt te vinden.

Hier volgt een overzicht van enkele stoffen die als supplement worden verkocht en hun gevaren bij overconsumptie (of wanneer het nutritioneel evenwicht in ons organisme wordt verstoord):

  • Calcium (bv. calciumcarbonaat): hypercalciëmie, nierstenen, kalkafzetting in botten en zachte weefsels (nieren, bloedvaatwand)
  • Caroteen (synthetisch) preparaten: verhoogd risico van longkanker bij rokers
  • Cafeïne: duizeligheid, hartkloppingen, rusteloosheid
  • Choline: bloeddruk verlaging
  • Curcumine : proeven op dieren toonden een abnormale celdeling van de schildklier en gewichtstoename aan
  • Fluor: zebratanden (fluorosis); botverharding, verharding van ligamenten en pezen zijn het resultaat van het gebruik van insecticiden of industriële verontreiniging
  • Fyto-oestrogenen: vruchtbaarheidsproblemen door een verstoring van de hormonenbalans (opletten bij kinderen!)
  • IJzer (haem): pro-oxidatieve werking (katalyseert oxidatiereacties); opstapeling in de lever (vergrote lever), constipatie, groeistoornisssen bij kinderen
  • Jodium: schildkliervergroting en verslechtering van de werking van de schildklier
  • Vitamine C: gevaar voor nierstenen en jicht (door het neerslaan van oxaalzuren); pro-oxidatieve werking (katalyseert oxidatiereacties)
  • Vitamine D: hypercalciëmie met beschadiging van nieren, hart- en bloedvaten
  • Magnesium: verminderen van de peesreflexen, zelfs hartstilstand
  • Omega 3 preparaten: kans op bloedingen, gestoorde immuniteit, stijging LDL cholesterol
  • Plantsterolen of stanolen: uitscheiding ß-caroteen en lycopeen
  • Prebiotica (voedingsvezels): opgeblazen gevoel, constipatie, fytinezuur in onoplosbare vezels bindt mineralen als calcium, ijzer, zink en koper, wat hun opname verhindert
  • Tocoferolen: overgevoeligheidsreactie zoals eczeem
  • Glycyrrhinezuur (zit in zoethout): hartritmestijging
  • Zink: vergiftingsverschijnselen herkenbaar aan buikpijn, braken, slaapzucht